In Memoriam: Willem de Jongh

Vandaag namen we afscheid van onze penningmeester en trouwe fractievolger Willem de Jongh. 
Hier leest u het In Memoriam dat Rutger van Breemen voor Willem schreef. 

Willem. Vandaag namen we afscheid van een partijgenoot, maar bovenal van een vriend.

Ik kende Willem via GroenLinks. Hij was maatschappelijk betrokken en dat uitte zich o.a. in zijn inzet voor de wereldwinkel ("bedankt, namens de verdrukte medemens," zei hij altijd als ik er wat kocht) en zijn lidmaatschap van GL. Toen de PVV opkwam besloot hij dat het tijd was om in actie te komen tegen "oprukkend rabiaat rechts" en werd hij actief in de afdeling. Eerst als kritisch lid. Wat later zaten we in het café - we hadden net voor het eerst twee zetels in de raad gehaald - en Willem zei: als Arjen wethouder wordt, word ik penningmeester. En zo gebeurde het. Vanaf 2010 was hij onze penningmeester.

Samen bezochten we menig congres. Daar zaten we dan als de oude mannetjes van de muppets commentaar te leveren op sprekers en te mopperen als het hele congres weer eens verkeerd stemde in onze ogen.
Samen reden we de hele polder door om verkiezingsposters te plakken en Willem zat dan altijd boordevol verhalen over wat hij in elk dorp had beleefd.

Willem was ook actief en kritisch lid en volger van de fractie. Hij zat altijd (vaak in z'n eentje) op de publieke tribune en volgde alles wat er speelde in de Gorcumse politiek. Hij vond er altijd wel wat van. En dat liet hij weten ook, op zijn eigen kenmerkende manier: politiek niet altijd even correct, onconventioneel, scherp en altijd met een flinke dosis humor.

Maar Willem was meer dan een partijgenoot, hij was een vriend. Of het nu was wanneer we samen schaakten, waarbij hij altijd, wanneer hij een stuk weggaf, zei: "ja jij denkt wat een domme zet, maar jij ziet nog niet wat het diepere, briljante plan hierachter is...alleen jammer dat ik het zelf ook nog niet zie...".
Of als ik postzegels voor hem meebracht van het Vaticaan: hij begon dan een uitvoerig betoog over waarom hij geen vaticaanse postzegels wilde sparen, maar eindige altijd met dankbaarheid omdat hij deze nog niet had en ze toch wel erg mooi waren.
Of als we in het café zaten na een vergadering. Willem steevast aan de Leffe Dubbel of Kasteel, ik aan een trappist (want "jij moet je werkgever natuurlijk sponsoren"). We hebben bijna net zoveel uurtjes doorgebracht in het café als in het stadhuis. Daar dronken we dan een biertje, bespraken de politieke ontwikkelingen in Gorinchem, Nederland en de wereld. Hij wist altijd wel iets dat de paus gezegd had, waar hij me eens over moest bevragen. Of hij vertelde over vroeger, of probeerde me uit te leggen dat het écht heel fout was, dat ik nog steeds bij de ING bankier en nog steeds geen nier heb afgestaan (dat had Willem wel).

Vorige zomer werd hij ziek. En flink ook. Dat droeg hij zoals hij alles draagt: nuchter, realistisch en met humor. "Ik weet ook niet hoe het allemaal gaat lopen, het is voor mij ook de eerste keer," zei hij over zijn naderende dood.

En nu is hij er niet meer. Afgelopen vrijdag stierf hij. We namen vandaag afscheid van hem op een typische Willem-manier: met bier en bitterballen.

Ik herinner me hem graag op de manier zoals ik hem heb leren kennen en zoals ik die ook zag toen ik hem de laatste keer sprak. Twee weken voor zijn dood wandelde ik zijn ziekenhuiskamer binnen. "Nee maar, de Opperste Sovjet zelve! Wat een eer!" sprak Willem verrast. Na 3 minuten werd hij opgehaald voor een echo. Dus het werd een kort bezoek. We namen afscheid, voorgoed bleek later. Terwijl de verpleegkundigen hem de lift in reden riep hij me nog toe: "Oh trouwens, zeg eens tegen die griffier dat hij het geluid van de internetuitzendingen van de raad harder zet, het is allemaal niet te verstaan!"

Willem, wat ga ik je ontzettend missen.
Proost, Kameraad! Op jou en op de wereldrevolutie ("hoewel ik niet verwacht, dat die dit jaar nog komt").